Laos heeft een lange, bewogen en vooral rumoerige geschiedenis. Het land heeft te maken gehad met vele buitenlandse invallers en is meer dan eens toneel geweest van bloedige oorlogen. Het heeft het land geraakt en dat is ook heden ten dagen nog merkbaar. Het land is ‘speelbal’ geweest in conflicten tussen grote landen en heeft vele grootmachten ‘over de vloer’ gehad (Frankrijk, de Verenigde Staten van Amerika, Vietnam, Thailand etc.). Hieronder een samenvatting van een bewogen historie van een land wat meer dan eens letterlijk en figuurlijk in de knel heeft gezeten.

De beginjaren
De ‘officiële’ geschiedenis van Laos begint volgens de Laotiaanse overheid in het jaar 1353. Ook voor dit jaar waren er uiteraard bewoners in het gebied wat we tegenwoordig Laos noemen maar vanaf het jaar 1353 kan er gesproken worden over een georganiseerde samenleving. Over de vroegste geschiedenis is niet veel bekend. Het koninkrijk Lan Xang (letterlijk vertaald 'Miljoen Olifanten') werd in de 14e eeuw gesticht door Fa Ngum (zie het standbeeld wat in Vientiane staat onder deze paragraaf). Dit koninkrijk hield stand tot de 18e eeuw en de dynastie heeft ruim 340 jaar geregeerd over gebieden in het huidige Laos. Soms overigens wel onder toezicht van een overheersend bewind vanuit het huidige Myanmar (Birma). Ook waren er diverse oorlogen met de buurlanden.

Fa Ngum 

Overheersing door Siam
Laos is lange tijd overheerst en bevochten door vreemde mogendheden. Siam (tegenwoordig Thailand genoemd) verkreeg controle over het gebied na het zwakker worden van de koningen in de Lan Xang dynastie aan het eind van de 18e eeuw. Vorst Sulinya Vongsa was de langst regerende vorst over Laos. Hij bleef 57 jaar op de troon en zijn regeerperiode was er één van voorspoed voor het land. Toen Vongsa in 1694 overleed viel de Lan Xang dynastie uit elkaar. Het land viel uiteen in drie relatief kleine koninkrijken; Vientiane, Luang Prabang en Champassak. De drie koninkrijkjes gingen bondgenootschappen aan met omringende landen om de onafhankelijkheid te verdedigen. In 1778 werd Vientiane ingenomen door de Thai en er werd in dit gebied een koning aangesteld die onder gezag stond van Siam. De naam van deze koning was Anourutha. De koning van Siam overleed in 1827 en deze koning kwam hierna in opstand tegen de Thai. Hij sloot een verbond met de Vietnamezen en vormde samen met hen een leger dat ten strijde trok tegen de grote buur in het westen (Siam, tegenwoordig dus Thailand genoemd). Het leger kwam tot de stad Khorat in Siam en werd daarna terug gedrongen. Koning Anourutha verkreeg door zijn optreden tegen Siam een grote populariteit onder de Laotianen.

Thaise agressie en de eerste Amerikaanse inmenging in de regio
In Siam trokken de Amerikanen binnen in de 19e eeuw en men verkreeg politieke macht in het land. Koning Rama III van Siam werkte samen met de Amerikanen en moest toestemming vragen voor het binnen vallen van Vientiane en het gebied wat het koninkrijk daar vormde. De toestemming van de Amerikanen kwam er en Vientiane werd in het jaar 1827 binnengevallen, geplunderd en belangrijke inwoners werden gedeporteerd naar Siam. Koning Anourutha werd gevangen genomen en in Bangkok publiekelijk vernederd door hem tentoon te stellen in een kooi die werd geplaatst in het openbaar. Korte tijd later overleed hij. Het koninkrijk Vientiane was nu dus in handen van Siam. Later volgde ook de koninkrijken Luang Prabang en Champassak. De overheersing door Siam was nu dus compleet en het land had te lijden onder deze onderdrukking. Siam drukte duidelijk zijn stempel op de Laotiaanse gebieden en had veel invloed. Ook werd het gebied door deportaties naar Siam ontvolkt. De Chinezen hadden inmiddels ook een deel van het noorden van Laos bezet (de provincie Xieng Khouang) en het Koninkrijk Siam zag dit met lede ogen aan. De Thai brachten in 1885 veel soldaten naar de stad Luang Prabang om zich te beschermen tegen de Chinese dreiging. Slavernij, uitbuiting en vernedering waren aan de orde van de dag en de Laotianen waren de controle over de koninkrijken in hun land volledig kwijt.

Van Thaise naar Franse overheersing
In de 19e eeuw werd de Europese invloed in Zuidoost Azië steeds meer merkbaar en de Britten en Fransen breiden hun macht in deze regio steeds verder uit. De Britten hadden controle over Birma (tegenwoordig Myanmar) en de Fransen hadden Vietnam veroverd. Cambodja kwam onder zogenaamde ‘bescherming’ (een protectoraat) en de Franse wilden op deze manier een grotere buffer te leggen tussen de Britse koloniën en de eigen koloniën. Vooral Vietnam was voor de Fransen van groot (economisch) belang. Laos was voor de Fransen dus een interessant gebied en men was er dan ook op gebrand om dit in het bezit te krijgen. Koning Chulalongkorn van het Koninkrijk Luang Prabang had oren naar samenwerking met de Fransen om op die manier onder de Thaise overheersing uit te komen. In het jaar 1886 vestigden de Fransen een consulaat in Luang Prabang na grote druk op de Thai te hebben uitgeoefend. Dit bleek voor de Thai later een slechte stap en binnen enkele jaren waren de Thai uit Luang Prabang verdwenen. In 1893 vielen de Fransen Laos binnen en verdreven ze de Thai en later ook koning Chulalongkorn. De Mekong werd door de Fransen als grens tussen Siam en Laos bepaald en de Unie van Indochina was een feit. Tussen 1893 en 1907 werd onderhandeld tussen Siam en Frankrijk over het vaststellen van de grenzen tussen Laos en Siam. De drie koninkrijken van Laos werden samengevoegd tot een geheel. Dat was voor het eerst in de geschiedenis.

Laos in de Unie van Indochina
Laos was door de Franse overheersing een onderdeel geworden van de kolonie die door de Fransen de Unie van Indochina werd genoemd (ook wel bekend onder de naam Frans Indochina). Deze unie werd officieel gevormd op 17 oktober 1887 en bestond uit Cambodja en de Vietnamese gebieden Annam, Tonkin en Cochinchina. In 1893 werd ook Laos dus onderdeel van deze Franse kolonie. Laos was voor de Fransen geen belangrijk gebied. Er was niet veel te halen op economisch gezien, er was geen kust en de infrastructuur was zo goed als niet bestaand. De Fransen haalden hun voornaamste economische gewin uit het huidige Vietnam. Laos was een buffer tegen de Britten en slechts ongeveer 1 procent van de totale export uit Indochina was afkomstig uit Laos. Er werd een ‘corvee’ ingevoerd voor Laotiaanse mannen. Dat betekende dat men 10 dagen per jaar dwangarbeid moest verrichten voor de Franse overheersers. De Laotianen hadden ook niet veel te vertellen in het eigen land want het bestuur stond onder Frans toezicht en werd veelal administratief uitgevoerd door Vietnamezen. Veel Fransen vestigden zich ook niet in Laos want maximaal 600 Fransen tegelijkertijd waren woonachtig in het land. De meesten van deze Fransen woonden in Vientiane en de (overblijfsels van) hun villa’s zijn heden ten dagen nog te vinden in de hoofdstad.   

Klik hier voor deel 2 over de geschiedenis van Laos